Dood

En dan opeens is de dood daar.

Geweerd, bestreden, gevreesd, verwacht.

Dan toch nog onverwacht.

In al die suizelende momenten die dan gebeuren verlies je grond, zweef je vogelvrij als aangeschoten wild.

De ernst en de onherroepelijkheid is te groot. De verslagenheid niet te beschrijven. 

De intieme sfeer van een zieke dochter waar dicht omheen werd geleefd, wordt wreed verstoord

door ‘vreemden’. 

Er moet gehandeld worden, door wie, door wat, hoe?

Door uitvaartonderneming  Uitvaren en voor mij de eerste ontmoeting met Karel Winterink. Rustig en op de achtergrond neemt hij de teugels in handen.

Hij heeft met degene die overleden is al eerder gesproken. Hij kent de wensen, hij luistert, bemoedigt, vraagt zo nu en dan Gaat het?  Of wil jullie dit echt zo? Is dit goed? Hij heeft nergens haast.

Een mateloos gevoel van onmacht belet het denken.

Verschillende wensen die gesmeed moeten worden gaan over de tafel.

Hij verbindt, wij verbinden. Gaandeweg gaan we alle handelingen door en ontstaat  dat wat er moet gaan gebeuren.

Bij de crematie is hij een onnadrukkelijke aanwezige met een goed leidersvermogen.

Deze Karel heeft een rustgevende kracht. Hij schuwt de humor niet. Zijn aanwezigheid verzacht, hij is gesneden voor dit belangrijke vak.

Twee jaar later zoek ik Karel wederom.

Voor mij is het duidelijk:  ‘Het Uitvaren’ is met Karel aan het roer.