Zweten op een afscheid

Zweten op een afscheid

 

Zaterdagavond, een open veldje in het Amsterdamse Bos. Ik sta een graf te graven, samen met een stuk of tien mensen die ik niet ken. We verrichten rouwarbeid, zoals dat heet. Rouwarbeid betekent meters maken, moeite doen, tijd besteden, aandacht geven aan dat waar we afscheid van nemen. Of dat nu een vader is, een moeder, een tijdperk, het kind dat niet kwam of een verloren droom. We hebben allemaal een brief geschreven aan dat waar we rouw over voelen en als het gat diep genoeg is, gooien we de brieven op de bodem en scheppen we het gat weer dicht. Rouw is uren maken. Zweten met een schep in je hand. Dat helpt.

DOOD
Ik ben bij het programma DOOD, verzorgd door uitvaartbegeleider Karel Winterink. DOOD is onderdeel van de kunstmanifestatie Cure Park, over ‘the art of care’. Zijn gast is vanavond vormgeefster Ine Mulder. Haar performance gaat over het fysiek ervaren wat afscheid van je vraagt. Het veldje waar we staan te zwoegen, heet het veldje van leven, liefde en dood. Er staan twee yurts, er brandt een vuurtje, de vliegtuigen scheren laag over en af en toe rijdt er een surveillancewagentje van de gemeente langs. Wij staan midden in het bos een graf te graven, maar ze stappen niet eens uit. Kunst is blijkbaar per definitie onschuldig.

Platform
Ine Mulder vertelt ons dat ze de rouw om haar moeder nog steeds aandacht geeft door koopzegels te plakken, iets wat haar moeder trouw deed. Met elke zegel die ze likt, is haar moeder bij haar. Die traditie voortzetten is fijn en helend. Ik denk aan een vriend die ooit zijn vrouw verloor. Hij maakte tijd in zijn agenda om te rouwen, maar hij had geen idee wat hij moest doen. Hij vroeg zich zelfs af waarom hier geen draaiboek voor bestond. Hoe doe je dat, rouwen? Hoe kun je aanwezig zijn bij je verdriet, zonder je op te sluiten met een zware steen in je buik? Hoe geef je fysiek vorm aan verlies? Richt je een altaar in, ontruim je met aandacht het ouderlijk huis, vertel je elkaar verhalen, plak je zegels? Het maakt niet uit, maar het doet ertoe. Rouw heeft platform nodig.

Uitbesteed
We staan nog maar een paar minuten te scheppen, of de eerste lachsalvo’s klinken al. Mijn buurman schept alsof zijn leven ervan af hangt, de aarde vliegt in het rond. We praten over dode konijnen en kinderlijke verlangens om door de aardbol heen te graven. Het is fijn om samen deze klus te klaren en al snel vraag ik me af waarom we onze doden niet zelf begraven. Hoe helend zou het zijn om met je broers en zussen een gat te graven voor je vader, en dat samen dicht te gooien? Dat je nog een paar dagen stram loopt van wat dit afscheid van je vroeg? Dag pa.

Maar wij hebben alles uitbesteed aan de uitvaartbranche. Het enige wat we nog hoeven te doen, is te zitten en te lijden. Dat heeft soms een verlammend effect. Want waar moet je heen, met al die emoties? Geen tijd om het plek te geven, geen tijd om stil te staan, geen idee wat te doen om je verdriet kwijt te kunnen. Dan maar gewoon door.
En terwijl ik letterlijk met mijn voeten in de klei sta, voel ik hoe belangrijk het is om mijn handen hieraan vuil te maken. Om niet bang te zijn voor wat ik voel. Want in de rouw die ik niet neem, blokkeer ik de toekomst.

Aan het eind van de avond, als we de grafheuvel hebben aangestampt en de graszoden weer op hun plek liggen,  verschijnt de volle maan aan de hemel. Het is magisch en een tikje luguber. Tien silhouetten kruipen bij het vuur. Het is volbracht. Tijd voor wijn, en natte cake.

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd door Jesse Boon op negen juli en is terug te vinden op onderwoorden