KUCHE

Op deze vrijdagmiddag is het hectisch in hospice het Veerhuis: er is een spoedopname, veel vrijwilligers springen bij. In de huiskamer zit bezoek van de bewoners. Én Richard en David (respectievelijk partner en goede vriend van de voormalige bewoner Daan) staan plotseling in de keuken met een zelfgebakken Kuche.

Ik ben een fan van Richard, vol bewondering over zijn trouw aan zijn stervende partner enkele maanden geleden. Weken lang week hij niet van zijn zijde. Hij had een bed geplaatst naast dat van zijn partner. Regelmatig waren ze samen in de tuin te vinden.

Ik stel mijn rondje langs de bewoners (ik ben Karel de kok) uit en onze tuinvrouw schuift aan. Aan de keukentafel drinken we thee en koffie. Richard snijdt de zelfgebakken cake aan. Onverwacht wordt er een kartonnen draagdoosje boven tafel getoverd: de twee mannen hebben zojuist de as van hun vriend opgehaald bij De Nieuwe Ooster: Nu zijn we weer met z’n drieën.

Nog maar een hapje gebak, van de Johannesbeerkuche…… Het doosje wordt weer op de grond tussen hen ingezet.

Wat is jouw Kuchemoment, Richard?’, vraag ik. Hij vertelt dat hij in zijn studententijd verslaafd is geweest aan cake met sesamzaadjes: grote stukken cake met van die knapperige zaadjes er in. Ik vertel over Herr und Frau Tietmeijer en hun Konditorei aan de voet van de burcht in Bad Bentheim, onze favoriete stopplaats net over de grens.

Langzaam lost het samenzijn op en nemen anderen het gesprek over. Ik maak mijn rondje en als ik vijf minuten later terug ben in de keuken zijn Richard en David al weer weg. Er staat er nog een stukje Kuche op tafel.

Een week later stuurt Richard zijn Kucherecept door.

NB: de namen zijn fictief.

Recept

Ingrediënten

300 gr bloem - ik neem de helft ervan als boekweitbloem

300 gr. fijn geraspte noten (hazelnoten) of amandelen - ik neem normaal altijd amandelbloem, maar je wou misschien experimenteren met verschillende smaken, ook geraspte walnoten met amandelbloem of fijn geraspte amandelen is fijn

300 gr boter - of iets minder, in kleine stukken, maar koud

220 gr poedersuiker - ik neem iets minder

1 ei + 1 eidooier

kruidnagelpoeder - voorzichtig

kaneel - ik neem er altijd meer van

schil en sap van een onbehandelde citroen - of limoen is ook fijn

1 witte oblate (een heel dunne en droge wafel) om op de deeg te plaatsen om de jam op te doen, het gaat ook zonder

1 losgeklopt ei om de taart te coaten

  1. 40 gr fijngesneden amandelschijfjes

poedersuiker vermengd met vanillesuiker om de taart aan het eind te bestrooien

aalbessenjam (rode bessen) niet te fijn, geen gelei

Bereiding

Rasp de schil van de citroen , pers de sap

In een grotere schaal de bloem en geraspte amandelen of noten goed mengen. Boter met de gemengd bloem kruimelen, maar niet te lang, het moet kruimelig blijven.

Alle andere ingrediënten snel toevoegen en vermengen. Maak er een bol van en laat een half uur in de koelkast met folie bedekt staan.

Tweederde van de deeg in een ronde bakvorm doen, oblate erop (of zonder) een vingerdikke rand overlaten en de jam erop.

Op de vingerdikke rand met een deel van de laatste 1/3 deeg een dikke streep plaatsen en met de rest (ja dan kan het soms te weinig deeg zijn...) worsten draaien en op de jamlaag plaatsen. Niet rechthoekig maar als trapeze (heel belangrijk!). Daarna met het losgeklopte ei coaten, amandelschijfjes erop, (ik druppel dan nog een beetje amandellikeur Di Saronno erop) en ca 40 minuten op middelmatige hitte bakken. Niet te heet en niet te droog laten bakken. Als de korst licht bruin is, is het genoeg.

Laten afkoelen, uit de vorm nemen en met een beetje poedersuiker bestrooien, met folie afdekken. Tenminste een dag wachten met aansnijden! De Kuche wordt met de dagen steeds beter.

Bezield land

Aan de Linge in de Betuwe, in de Kortenhoefse Plassen en op het platste Friese land in Baard werken en wonen vrienden op het land. Bevlogen, ondernemend, zoekend, ploeterend, genietend boetseren ze land. Alle momenten zijn ze bezig met het combineren van land, huis, mensen, beesten en bloemen. Elke vierkante decimeter van hun land hebben ze al honderd keer van zeer dichtbij bekeken, aangeraakt, geroken en over nagedacht: Wat gebeurt hier? Wat gaan we er mee doen?

Aan een grote lus van de Linge hebben Martin en Willemijn hun handen vol aan hun geërfde huis en een groot stuk grond: hooiland aan de rivier, een kersenboomgaard achter het huis en een grote tuin vòòr aan de weg. ‘Gemengd bedrijf’, schiet me te binnen vanuit de schoolbanken. Het heeft alles van een voormalige boerderij met schuren en bijschuurtjes, werkplaatsen, werktuigen, koelhuizen, een tractor zonder kap. In later tijden zijn daar de ateliers bijgekomen. Altijd is er werk te doen. Zit je stil dan storten gebouwen in, overwoekeren sloten en paden, barst het kozijnhout en vallen het fruit en de noten ten prooi aan dierenverzamelaars. Er is ook tijd en ruimte om samen te zijn, samen met vrienden koffiedrinken, eettafels vol zetten, feest te vieren en uit te varen. Stadse lui met groene vingers en liefde voor de cirkels van het land. Wij snoeien, rapen, plukken, kamperen en zwemmen hier van harte.

Aan een lange smalle strook land in de Kortenhoefse Plassen (twee honderd meter van de dijk, bruggetje over, vlonder af) ligt de woonboot van Marieke en Jan-Jaap midden in het zompige turfse natte land. Sloot na sloot, oplegakkers die eindigen in de plas, bootjes en supplanken die je ergens brengen. Open langgerekte oplegakkers wijzen naar de horizon, schapenpaadjes wijzen de weg. Hoge bomen gegroepeerd op droge stukjes markeren de toegang tot het bos. Zij zijn sinds kort begonnen met het leven op land en water. Dat begon met namen geven: het Heilig Land, het Land van de Drie Eiken, de Lange Akker en de eerste en tweede Schapenwei. Dat begon met houtgestookte ovens te bouwen voor kleibeelden. Dat begon met wilde schapen. Dat begon met het aanleggen van een moestuin. Dat begon met de vraag: Wat willen we met deze schone weerbarstigheid? Hoe scheppen we voor onszelf en anderen de ruimte voor retraite, dans, natuur, samenwerken. De vraag die ze ons stelden: Welk verlangen wordt bij jou opgeroepen als je hier bent? Wij steken hier elzen, graven geulen, koken soep, sjouwen en peddelen hier van harte.

Aan de landweg, net na het gemeentegrensbord van Baard, bouwen Anke en Oep aan de omuitaanbouw van de schuur naar een woonhuis. De stoffeerderij moest inboeten om te kunnen gaan wonen met uitzicht op een groene woestijn met sloten doorsneden. Eindeloos groen land met een lege horizon. Met daarachter de zekerheid van weer dorpjes met kerktorens, ophaalbruggetjes over vaarten, grote boerenhoeven en rijen knechthuisjes. Gewapend met vier rechtse handen bouwen zij naar eigen-ontwerp-zonder-bouwtekeningen een nieuwe aanbouw met gerecycleerde materialen. Fundering storten op zandgrond, houten opbouw, platendak, de muurvlakken worden opgevuld met leemblokken, een berghutkachel, dat werk. Leven is hier werken is bouwen is nadenken over de volgende klus van morgen. Leven is hier aan de lange tafel ’s avonds tijdens de maaltijd de duizend duizelingwekkende details herhalen, zwaar en inspirerend. Zij branden naar Japanse aard de planken voor de buitenmuur. Dankbaar laten zij zich voortduwen door helpende handen. Wij kruien hier blauwe klei, stoken vuur en lijnen van harte uit.

Het land geeft zich niet zomaar gewonnen. Het land geeft veel na overwonnen te zijn. Het land wikt en weegt: Laat ik toe? Het land herkent de ziel en doet mee.

Amsterdam, 27 december 2020

En dan opeens is de dood daar.

Geweerd, bestreden, gevreesd, verwacht.

Dan toch nog onverwacht.

In al die suizelende momenten die dan gebeuren verlies je grond, zweef je vogelvrij als aangeschoten wild.

De ernst en de onherroepelijkheid is te groot. De verslagenheid niet te beschrijven. 

De intieme sfeer van een zieke dochter waar dicht omheen werd geleefd, wordt wreed verstoord

door ‘vreemden’. 

Er moet gehandeld worden, door wie, door wat, hoe?

Door uitvaartonderneming  Uitvaren en voor mij de eerste ontmoeting met Karel Winterink. Rustig en op de achtergrond neemt hij de teugels in handen.

Hij heeft met degene die overleden is al eerder gesproken. Hij kent de wensen, hij luistert, bemoedigt, vraagt zo nu en dan Gaat het?  Of wil jullie dit echt zo? Is dit goed? Hij heeft nergens haast.

Een mateloos gevoel van onmacht belet het denken.

Verschillende wensen die gesmeed moeten worden gaan over de tafel.

Hij verbindt, wij verbinden. Gaandeweg gaan we alle handelingen door en ontstaat  dat wat er moet gaan gebeuren.

Bij de crematie is hij een onnadrukkelijke aanwezige met een goed leidersvermogen.

Deze Karel heeft een rustgevende kracht. Hij schuwt de humor niet. Zijn aanwezigheid verzacht, hij is gesneden voor dit belangrijke vak.

Twee jaar later zoek ik Karel wederom.

Voor mij is het duidelijk:  ‘Het Uitvaren’ is met Karel aan het roer.

In juli 2020 hebben wij mijn man/vader/broer uitgevaren. Het was een prachtige dag.

Karel is een uitstekende uitvaartbegeleider voor situaties waarin je niet alles tot in de puntjes vast wil leggen. Maar waar  ook ruimte is voor gelukkig toeval.

Mede hierdoor was de  uitvaart nog mooier, ontspannener en prettiger dan we van tevoren hadden kunnen bedenken. 

Karel denkt mee, hij is flexibel en creatief én hij zorgt er voor dat uiteindelijk alles  meer dan goed komt.

Het was een prachtig afscheid.

Helma Pantus

Onze vader werd gediagnosticeerd met een fatale ziekte. Tijdens alle ziekenhuisbezoeken gingen mijn gedachten ook wel eens uit naar de crematie en alles wat daar bij zou komen kijken. Het was voor ons kinderen de eerste keer dat we ons hier mee bezig moesten houden. En we hadden geen idee wat er allemaal bij kwam kijken. Karel Winterink is een klant van mij. Ik regel zijn it-zaken. Zodoende wist ik van zijn beroep. Ik vond hem een sympathieke vent en had zijn website ook al eens bekeken. We besloten met hem in zee te gaan. 

Vanaf het begin was het meteen goed. Enkele maanden voor het overlijden hadden we het eerste contact. In een gesprek gaf ik aan waar wij aan dachten, wat het budget ongeveer zou zijn en praatten we over wat voor man mijn vader was. Ik kreeg al vlot een offerte, zodat er meteen inzicht was in wat het één en ander zou kosten. 

Toen het overlijden van mijn vader naderde is Karel langs gekomen en hebben we, samen met mijn zus en een goede vriendin, een gesprek gehad. Was allemaal heel ontspannen. Geen formeel gedoe, waar wij niet zo’n behoefte aan hebben. Maar wel duidelijk en ook overzichtelijk. We hakten wat knopen door en zodra mijn vader zou overlijden zouden we Karel bellen. 

Toen dat gebeurde kwamen de radartjes in werking. Karel begeleidde ons bij iedere stap. Je moet nog steeds zelf veel doen, maar het was steeds duidelijk wát we moesten doen. Waar keuzes gemaakt moesten worden, kregen we de opties helder voorgeschoteld. En steeds met onze wensen en met die van mijn vader in gedachten. 

Tijdens de uitvaartplechtigheid nam Karel de begeleiding op zich. Wij, als familie, konden ons richten op onze eigen emoties en onze eigen toespraak. Karel regelde de rest. Dat ging op een buitengewoon prettige en ontspannen manier. Wij hebben na de plechtigheid alleen maar complimenten gehad over wat een mooie plechtigheid het was. 

En zo hebben wij het als kinderen ook ervaren. Je voelt je echt op je gemak bij Karel en hij heeft een hele fijne, persoonlijke benadering, waarbij je je gehoord voelt. Wij kunnen Karel van harte aanbevelen. En zelf zullen we hem ook zeker weer inzetten bij een volgende gelegenheid. Hoewel we natuurlijk hopen dat dit nog zo lang mogelijk zal duren…

Michiel Hesseling

Op zondag negen februari 2020 overleed mijn man en onze vader en op maandag moesten wij alles regelen voor de uitvaart. Best even paniek als je dat voor de eerste keer in je leven moet doen. Een paar zaken wisten we maar ook heel veel zaken niet. 

Van een vriendin had ik het afgelopen jaar de naam van Karel doorgekregen. Mijn zus en ik besloten om een grote uitvaartpartij en Uitvaren te benaderen. Als eerste belden we Karel en aandachtig luisterden wij naar zijn stem en zijn verhaal! Het duurde één seconde en wij knikten allemaal instemmend naar elkaar. Met Karel gingen wij deze klus klaren.  Diezelfde dag kwam hij langs en werden de grote lijnen helder uitgezet. Op dag twee dachten we dat we Karel al jaren kenden en op dag drie dachten we: dit wordt de mooiste uitvaart die mijn vader zich maar kan wensen. 

Karel heeft een prachtige combinatie aan vaardigheden en talenten die maken dat hij eerst goed aftast bij wie hij aan tafel zit, goed luistert naar wat de wensen zijn, adviseert als de wensen onduidelijk of verdeeld zijn, ruimte aan iedereen geeft, heel subtiel de planning bewaakt en de regie neemt als dat nodig is.  

Zijn aandacht en geruststelling voor jou als persoon is echt bijzonder. Wij als drie sterke powervrouwen zorgden regelmatig voor een waar kippenhok. Karel weet daar op een gepaste en natuurlijke wijze leiding aan te geven. Zijn humor is goud waard en nog regelmatig denken wij, we moeten weer eens koffie met Karel drinken. Wij hadden vanaf dag één enorm veel vertrouwen in Karel en mede dankzij hem heeft mijn vader een mooi, passend en waardig afscheid gehad. Dank je wel Karel!

Baukje, Angèle en Juliet ten Bokum

Na een blauwe maandag rechten aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen stelde een uitzendbureau mij te werk in een oliefabriek in Kleef, net over de grens.  ‘s Avonds op de fiets naar Duitsland voor de nachtdienst. Ik bleek te werken ergens hoog achter, stalen trappen op en af in het fabriekscomplex waar de olie werd geperst: heet, smerig, klein, lawaai, stank, glad ook.

Mijn collega was een gedrongen stevig gespierde zestiger die mij vier keer per nacht kwam ophalen uit ‘de kantine’ voor het schoonmaken van de oliepersen. Dat waren lange gietijzeren stellages met elk circa 20 ‘ramen’ waar in de lengterichting de olie doorheen werd gestuwd en daarmee gefilterd. De ramen raakten na enkele uren vol met residuen die door ons moesten worden verwijderd.

Op het sein van mijn Duitse collega draaiden we de stilgezette vervuilde pers open en schraapten met een spatel in hoog tempo voorovergebogen in de warme pers de ramen aan beide kanten schoon. De loodzware schone ramen verschoven we een paar meter naar achter om aan de volgende te beginnen.

Na enkele ramen kreeg ik het al te kwaad, de collega zweepte me op (‘schneller!’) en bemoedigde de werkstudent (‘nur noch fünfzehn’). Het zweet brak me aan alle kanten uit, de pers moest ‘so schnell wie möglich’ weer in werking worden gesteld. Na tien ramen was ik kapot. De Duitser keek naar me (hij moest het met mij doen)  en gaf me een opbeurend standje: ‘Karl, stell dich doch nicht so dumm ab!’. Na deze schrobbering (‘onnozele, jij kunt beter!’) maakten we het werk (ik op mijn tandvlees) af en mocht ik weer naar het schafthok. Daar viel ik in slaap met mijn hoofd op tafel tot ik weer gewekt werd.

Midden augustus, snik heet, steek ik elzen midden in de Kortenhoefse plassen op een zod op het schitterende land van vrienden met uitzicht op het oude kerkje van Kortenhoef. Elzen woekeren daar aan de slootkant en midden op de lange verende langgerekte ‘eilanden’ tussen het riet. Het streven is om het open landschap te behouden. Zelfvoorzienende schapen (bruine, stevige, gehoornde, kleine schuwe doorzetters) helpen daarbij.

Bij het verdelen van het werk ’s ochtends zie ik er tegen op om in de felle zon het half-moeras in te gaan. Ik heb zin om de stadse luiheid (des te groter op het platteland) te laten duren in dit paradijsje, waar alles wegrot waar je bij staat. Maar ik wordt ook geprikkeld door zelfoverschatting, ‘doe ik wel eventjes’. Het blijkt een gigantische onderschatting te zijn van de els, helemaal op z’n gemakkie met zijn wortels (hard maar nog niet verhout) goed verankerd, zijn zeer buigzame stam en meerdere stammen op één wortel.

De stam buigen tot op de grond, met de spade rondom uitsteken, met de bijl de hardnekkigste wortels te lijf en met z’n tweeën eruit trekken……. Het kost een enorme kracht om de zware kluit met de haarwortels van de els en die van het omringende riet uit de zuigende blubber los te krijgen. Het voornemen om onze krachten te sparen voor de andere vijftig manshoge bomen/struiken wordt keer op keer de kop ingedrukt door de taaiheid, buigzaamheid, weerbarstigheid en wilskracht van de elzen. Het is een strijd in de volle zon, in het zompige land alleen te winnen door niet te denken aan  alle andere elzen die nog gestoken moeten worden.

Ik zie turfstekers in de regen heel lange dagen maken in het zompige zuigende, iets tussen water en land.

Ik, onnozele, tik met mijn wattenvingers dit stukje weg.

Ik ben geboren en getogen in Hanzestadje Doesburg, ‘klein stadje daar aan de IJsselstroom’. Vanaf de kade kan je de Veluwe in de verte zien liggen.

Op de Oude IJssel zeilde ik als fokkemaatje met mijn broers in een houten Schakel.

Aan de Waal bij Nijmegen was het stroomopwaarts wandelen, flaneren, zwemmen, uithuilen en wakker worden.

Op weg naar het zuiden kijk ik altijd uit naar de vergezichten over de Lek, de Waal en de Maas. Bij de naambordjes van de Hollandse IJssel, Linge, Essche Stroom en Dommel maak ik me voorstellingen hoe het stroomt achter de geluidswallen.

Bij Maasluis op de dijk aan de Nieuwe Waterweg kijk ik naar de kolossale zeeschepen en ander vaartuig richting zee.

In een scherpe bocht van de Linge zwemmen we vanaf een steigertje op het land van Martin en Willemijn tegen de stroom in ‘tot aan het slootje’.

Op de kade van de oude binnenstad van Dordrecht vergaap ik me aan de enorme watermassa’s in de  Beneden Merwede, de Noord en de Oude Maas die daar samenkomen en de zee zoeken.

Net over de Belgische grens stroomt de Geul richting Epen. Dit dal is één van mijn favoriete plekjes van Nederland. Doordeweeks een keer op je rug in het gras de voeten bungelend in het koude water.

Wandelend langs de Overijsselse Vecht vanaf Ommen (verzand en met veel dode takken) stel ik me voor hoe de zandstenen blokken vanuit Bad Bentheim in platbodempjes werden vervoerd en uiteindelijk terecht kwamen op de Dam.

Op de Veluwe overvalt me plotseling geluk bij het horen en voelen van het koude snelstromende glasheldere  water in de sprengen en beken, vers uit de bron. Pootje baden in het door de bomen gefilterde licht.

En de Amstel? Ach de Amstel.

Met een leuk centje uit de erfenis van mijn ouders kochten we in 2000 een huisje op het strand van IJmuiden: stadse lui met een grote voortuin. Ik parkeer de auto, doe mijn schoenen uit, stap in het zand en voel! Met de tassen in onze handen lopen we over de duinen en zien de grote plas water opdoemen. De horizon, de herkenning, de zee als personage, praten met de zee. De blijheid weer in de nabijheid te zijn van deze oneindigheid.

Twintig jaar leven op het strand:

  • onze dochters jaren lang de queens van de mini playback show: ‘en de winnaar is…’.
  • drie masten en twee rompen van mijn Laser verspeeld in de golven, bang: ‘nu toch maar beter terug’.
  • groepjes kinderen die in de lange zomervakanties van huisje naar huisje naar huisje slenterden: ‘…en nu allemaal wegwezen!’.
  • een diepe kuil graven, op zoek naar het koppelstuk van de wateraansluiting: ‘heb j’um?’.
  • twee mannen naast elkaar ’s ochtends vroeg ieder zijn eigen urinoir, strak naar buiten kijkend: ‘moggû’.
  • elke ochtend het hele seizoen door zwemmen in de vlakke zee, in de hoge golven. De sterke stroming trekt en duwt: ‘pas op voor muien!’
  • ’s ochtends ontbijt, de zon op zien komen over de rand van de duinen, het goudgeel van het wuivende helmgras: ‘kijk nou…’.
  • de zon die ondergaat net boven de zuidpier: avond aan avond jezelf vergapen aan het rood, de stilte die over het strand komt: ‘hij is bijna weg’.
  • met skibril op door de zandstorm naar het voorstrand lopen, gezandstraald.
  • de donkergrijze wolken boven zee, de overrompelende hoosbui, de zon breekt weer door….of de bui die niet valt: ‘in Amsterdam valt het vast met bakken uit de hemel’.
  • het slaglicht van de vuurtoren dat reflecteert op de masten van de zeilboten op het voorstrand: ‘één, twee, drie, vier, vijf….één twee, drie, vier, vijf’.
  • het bankbed opmaken, de voordeuren wijd open, vanuit je bedje staren naar het verstrijken van de tijd: sprakeloos.
  • samen-eten-met-zeezicht, op de vlonder met onze dochters, met vrienden, met passanten die aanwaaien, met je buren, met z’n twee: ‘jij nog een slokkie?’.
  • het stikhete huisje binnenkomen en als eerste dwangmatig op je knieën om het ijskastje op gas met een lucifertje aan te steken.
  • balend dat ineens een roestschroef zich laat zien op je strak geschilderde buitenkant ‘hoe kan dat nou?!’.
  • niet meer weten waar je het moet zoeken van de hitte, klagend: ‘godsamme!’.
  • het voortdurende groeten van en de gesprekjes met je dorpsgenoten over het weer, de temperatuur van het water, het opgewaaide zand, het klussen, de wist-je-datjes van het kamp.
  • dankbaarheid en bezwering: ‘Angel of water enter my blood. And give the water of life to my whole body’.
  • de veerboot geeft de tijd aan, laat zich horen ’s ochtend negen uur in, ’s avonds 6 uur uit: ‘hij is laat vandaag’.
  • van oud-buren ligt er een rouwkaart in de bus, nieuwe buren stellen zich voor: ‘hé, leuk’.

Twintig jaar lang van april tot en met september hetzelfde decor, dezelfde mensen, dezelfde wandelingetjes, de routines en de rituelen. De kleine dingen die verbijzonderen doordat je je niet laat afleiden door dingen die nog moeten. Twintig jaar lang hetzelfde ervaren en elke keer net iets anders. De sensatie en verwondering dat het elke keer weer héél anders is. Na twintig jaar tijd voor andere verhalen.

Rijtjes

Gert Jan, Herman, Carla, Pietje, Myriam, Yvonne, George, Max, Oortje, Roel, Joop, Kip, Wil en oma is zo’n rijtje. Ik maak me een voorstelling van gezichten en namen van clubjes, klassen en werk van lang geleden. De tennisclub uit Doesburg, de namen van mijn vriendinnetjes op de middelbare, de Schrijversgroep, de eerste klas van het Sint Ludger College in Doetinchem, de bewoners van het eerste studentenhuis in Nijmegen, de staf van Doornroosje in Nijmegen ten tijde van mijn eerste betaalde baan.

En nu ineens de namen van enkele klasgenoten uit de zesde klas van de rooms-katholieke lagere jongensschool uit Doesburg:

Met Bertie (zoon van de visboer in de Bergstraat en mijn beste vriendje) werd ik door de pastoor onder schooltijd opgehaald om als misdienaar bij een begrafenis te dienen.

Theo en ik waren dikke maatjes als we na school onze laarzen en overalls aantrokken om te scharrelen op de kaai aan de IJssel.

René scheurde op het schoolplein iedereen voorbij alsof hij op een brommer snel optrok.

Tonny, ook wel Bullo, ramde dwars door de ‘beveiliging’ van ons hol om zijn kompanen te bevrijden.

Leonard van de Oranjesingel voetbalde (met gaten in de neuzen van zijn schoenen) als de beste met keitjes op het schoolplein. Hij gooide met gemak een tennisbal over het schoolgebouw.

Henk was altijd heel rustig, haalde jaloersmakende hoge cijfers en zat het hele zesde jaar aan het tafeltje naast mij.

Pietje-uit-het-woonwagenkamp gooide tijdens de godsdienstles keihard een gummetje naar de kapelaan; het ding  ketste af op het schoolbord.

Wim kwam op zijn verjaardag met een nieuwe fiets op school. De volgende dag had hij er een ‘racefiets’ van gemaakt.

Bij Sjon uit het steegje naar de Martinikerk aten ze tussen de middag gebakken ui op brood.

Koen zat op de eerste rij bij de lessenaar. Hij was de absolute beste van de klas en ging als enige naar het gymnasium in Arnhem, elke dag 20 kilometer fietsen.

Eric zat helemaal links achterin en siste naar alle jongens op de achterste rij om ons te laten kijken naar de bewegende bobbel in zijn broek.

Ineens een zeer levende herinnering aan zo veel gezichten, verhalen en levens. Een klas met zeer veel smaken en kleuren. We kenden elkaar goed. We begonnen met omkijken naar meisjes, we jatten kauwgom, keken de invaljuf onder de rok, baalden toen al van onze ouders, keken op naar onze oudere broers. We waren hecht met elkaar in een belangrijke periode van onze levens. Na de zomervakantie zagen we elkaar niet meer. Nog steeds zijn ze me allemaal dierbaar.

In tijden van betrekkelijk sociaal isolement is er blijkbaar (meer) tijd om te mijmeren. Er is tijd en ruimte om de aandacht niet alleen te richten op nuttige dingen. Alleen maar planmatig te werk te gaan is niet per sé nodig. Er is tijd voor herinnering, loslaten, creativiteit, ontspanning en niets doen.

De rijtjes zeggen me dat ik behoefte heb om mijn herinnering in te kleuren. De rijtjes produceren legio namen en gezichten die me dierbaar zijn. Al die mensen die ik onderweg heb ontmoet, hebben mij gevormd. We hebben even samen opgelopen, samen geschiedenis gemaakt. We zijn allemaal met elkaar verbonden.