Samen op weg van school naar huis breekt de stuurstang van Siebes fiets. Hij voelt het aankomen en kan op tijd afstappen. We kijken elkaar aan, we kijken naar de breuk. Voor de helft doorgezaagd.

Voor aanvang van zijn spreekbeurt Duits wordt Theo voor een boodschap naar de conciërge gestuurd. De leraar: Zo meteen geen geintjes, jongens. Alleen luisteren!

Siebe was deel van het groepje leerlingen dat elke dag heen en weer fietste naar school, ongeveer 22 kilometer. Een instromer. Groot, sterk, beginnende stoppeltjes, haren op de benen, basstem. Een tempomaker, die ons uit de wind hield. We fietsten veel samen op. Op school hadden we nauwelijks contact. Met sporten werd hij ingezet als stormram. Hij zat met de bètaslimmeriken in een hoekje in de aula, met leren schooltas, broodtrommel, chocolademelk in halve-liter-beugelflessen in een krant gewikkeld, nog net warm in de eerste korte pauze. Op zijn gemak, mijlenver weg van het rookhol.

Theo was klein van stuk, ook een bril, zwart zwaar montuur. Super slim, op zijn sloffen. Slofte alleen door de gangen, van lokaal naar lokaal. De grote trap af, in de aula zoekend naar een plekje. Bij gym werd hij altijd ná mij gekozen. Voor mij was achter in de rij een pose. Hij was altijd hekkensluiter. Hij was al snel tefal.

Na het stuur reed ik een keer mee naar zijn huis. Siebes moeder vroeg op het tuinpad tussen neus en lippen door wat er toch met hem was op school. Ik haalde mijn schouders op en draaide me om naar mijn fiets.

Het hoorde erbij, twee outsiders in de klas. Het was geen pesten, toen. Negeren ook niet.

Ik sprong niet in, hielp niet, kwam niet op, lachte mee. Ik stond erbij en keek.

IVOREN DOOSJE

In het met ivoren wybertjes beklede doosje (erfenis op een boekenplank) liggen tot postzegelgroot gevouwen papiertjes met gedachten en citaten. Er ligt ook ergens een verzilverde sigarettenhouder met aantekeningen op stukjes papier geklemd achter het elastiekje. Bewaardoosjes. Soms valt mijn oog op deze ‘schatten’, kijk ik er in, raak aan, ruik en héél soms lees ik, raak ik lang geleden aan.

Achterin mijn dagboekschriften hield ik bij in kleinschrift chronologisch welke films van welke regisseurs ik wanneer heb gezien. Op een andere lijst, dezelfde schriften, noteerde ik de honderden theater- en dansvoorstellingen die ik afliep in het hele land en af en toe daarbuiten, vooral België. Tijdens verloren momenten in de berging zit ik weer in zaaltjes.

Aij jai jai, bij een opruimronde belandde de doos vol met theaterprogramma's in de papierbak.

Lange periodes kocht ik romans, vooral in de ramsj, en las ik met potlood om belangrijke passages te onderstrepen, of zette dunne streepje in de kantlijn tegen de ‘besmetting’ van het heilige papier. Na zo’n periode mocht het potlood niet meer, waar ik later spijt van kreeg. Veel strepen zijn via de straatbibliotheek over de wereld verspreid .

In de kelder naast de bergwandelschoenen staat een verhuisdoos vol met topografische kaarten en wandelgidsen van wandelingen in de Ardennen, Jura en Vogezen, later de Alpen, Pyreneeën, Kreta, de rest van de wereld. In een schoenendoos ín de doos enkel Schotland. Ik ben zo een uur onderweg als ik op zoek ben naar een kaart.

Rugzakken in alle maten en soorten, de grote slordig gestapeld op de koffers. De kleine rugzakken hangen verspreid in het huis aan kapstokken en haken. De kleuren en de touch van elke zak leiden mij exact terug naar jaar en plek, afzien of verpozen, solo of met de clan.

Mijn eerste ooit heb ik, totaal afgedragen, afgedankt. Een reisgenoot verdwaald aan de kant van de weg.

De kisten met verfblikken, sommige al verroest, wijzen me de weg naar vensterbank kinderkamer, vloer vóór, drempel keuken en bank tuin. De gelekte verf aan de buitenkant dirigeert het oog naar het werk.

Ik kleef aan materie.

OOG

Bij binnenkomst van de tempel  een nerveuze blik omhoog, oog in oog. Meteen weer: Waar kijk ik naar? Waarom roert het mij zo? Hoe kregen ze dit voor elkaar? Kijk ik hier recht in de hemel?

Een ontzagwekkend weerzien na 40 jaar. Toen met een bus vol tieneradolescenten. Nu aangewandeld vanuit de heuvels van Umbrië en Lazio.

Zoveel overspannen lucht als eerbetoon aan alle goden. Het Licht kijkt op hen neer. De koepel straalt intimiderende macht en rijkdom, overeind gehouden door trots Romeins beton, kleine 2000 jaar geleden gemengd en gegoten. Een omarming in steen en mortel. Ready for take-off, Thunderbirds!

Een koepel met een lichtkrans als kroon, verbinding tussen aarde en hemel. De lucht- en lichtstroom trekt mij naar boven, naar buiten.  Daar komt geen pilletje aan te pas. De bezoeker denkt zichzelf tussen de goden. De ruimte vanaf ooghoogte is voor mij alleen. Heimwee naar een platte aarde, gestolpt.

Volgens www.teggelaar.com verwijst het oog naar een idee van Plato: Het gelukzalige godenras beweegt zich aan de hemel langs prachtige banen waar allerlei schitterende dingen te zien zijn. Iedere god verricht zijn eigen taak en daarbij mag telkens ieder mee die dat wil en kan, want voor afgunst is in de kosmische reidans geen plaats. Wanneer ze naar een feestelijk diner gaan, rijden ze steil omhoog naar de top van het hemelgewelf. […] De (onsterfelijke) rijden, wanneer ze de top van het gewelf hebben bereikt, naar buiten en stellen zich op de rug van de hemel op. Zij draaien dan in de omwenteling [van de hemel] mee en bezichtigen alles wat buiten de hemel is. Het gebied boven het hemelgewelf is nog door geen dichter van hier bezongen en niemand zal het ook ooit naar behoren bezingen.

Wij, kleine goden, kijken vanaf de oculusrand en proberen te zien. Wij dromen en liegen ons een plekje naast de goden. Wij, scharrelaars, doen ons best.

TIJD

Vroeger (vroeger bestaat ineens) zat ikmet mijn broers en zussen in het zonnetje achter op het balkonnetje op krukjes rondom een volle veilingkist uren lang sperziebonen (‘van de boer’) te rangen.  Sperziebonen, snijbonen, doperwten, schoongemaakte spruiten, gewassen en fijngesneden boerenkool en allerlei vleespakketten maakten we voor een jaar. Eén keer per week werd een compleet weekmenu opgehaald uit het vrieshuis in Angerlo, een dorp verderop. Een uitstapje.

Het was een eer als ik door mijn moeder werd gevraagd om koffie te malen. Héél vroeger met een vierkante houten koffiemolen tussen de knieën op een stoel in de keuken, voeten bengelend. Een paar jaar later staand op een krukje onder de Douwe Egberts wandkoffiemolen aan de deurpost, boven mijn macht zwengelend.  Oh nostalgie……..de geur van de verse bonen, het gruizende geluid, de voldoening van het voller wordende glazen schuifbakje, het zwarte gruis opvegen van het zijl, Buisman, een koffiepot met een kijkglaasje, optrekkend water in de koffiefilter, dat werk.     

Daarna werd alles zo anders. Tot aan nu.

Na de ochtendrituelen, laptop openen, telefoontjes, things-to-do, een kijk op de klok. Ik spring op en pak een klein handzaam koffiemolentje, steek mijn neus in het blik, laat de glimmend glanzende gladde bonen door mijn handen gaan, ga zitten op een soort van keukentrapje en maal. Ik maal vier, vijf minuten. Ik en mijn krakende bonen, wiegend met het draaien. De smaakpupillen slaan aan, ruikend gaat de verse koffie in de Italiaan, het gepruttel overal in huis hoorbaar, zin krijgen in.

of

Walnoten rapen in Harlingen of Geldermalsen, zwarte handen, kisten vol. Onderweg terug natte noten proeven, thuis in de badkuip wassen, noten op alle verwarmingsroosters, het rollende geluid van kerende noten. Het maandelijkse kraken aan de keukentafel (waar anders), de rondspattende schillen, de notenkraker ligt metaligzwaar in de hand, proeven, peuteren, selecteren, de prullenbak vol met schillen. Anderhalf uur kraken voor driehonderd gram walnoten. Gekraakte noten tegen het ouder worden.

Laat mij bergen pompoen, aubergine, courgette of wortelen snijden, op een dikke houten plank, mes aangezet, en ik ben een gelukkig mens. Urenlang kisten vol appels en peren direct van de boom in parten snijden in de sapmaker voor de cider, pruttelende emmers in de kelder. Wachten, kijken, maanden verstrijken, bottelen, proeven. Ik kan een uur lang boven rijzend bakmeel hangen. Of witte bonen ’s avonds door mijn vingers in een pan met water laten glijden, ’s ochtends verheugd de deksel tillen, geweld! ’s Avonds een rijke bron van zaden na 24 uur en vuur.

Rangen, doppen, malen, snijden, kraken, wellen, spoelen, drogen vertraagt. Werktuigelijk bevriest de tijd, tastbaar. De herhaling maakt vrij. In aandacht vliedt de tijd. Ik geef me over.

KUCHE

Op deze vrijdagmiddag is het hectisch in hospice het Veerhuis: er is een spoedopname, veel vrijwilligers springen bij. In de huiskamer zit bezoek van de bewoners. Én Richard en David (respectievelijk partner en goede vriend van de voormalige bewoner Daan) staan plotseling in de keuken met een zelfgebakken Kuche.

Ik ben een fan van Richard, vol bewondering over zijn trouw aan zijn stervende partner enkele maanden geleden. Weken lang week hij niet van zijn zijde. Hij had een bed geplaatst naast dat van zijn partner. Regelmatig waren ze samen in de tuin te vinden.

Ik stel mijn rondje langs de bewoners (ik ben Karel de kok) uit en onze tuinvrouw schuift aan. Aan de keukentafel drinken we thee en koffie. Richard snijdt de zelfgebakken cake aan. Onverwacht wordt er een kartonnen draagdoosje boven tafel getoverd: de twee mannen hebben zojuist de as van hun vriend opgehaald bij De Nieuwe Ooster: Nu zijn we weer met z’n drieën.

Nog maar een hapje gebak, van de Johannesbeerkuche…… Het doosje wordt weer op de grond tussen hen ingezet.

Wat is jouw Kuchemoment, Richard?’, vraag ik. Hij vertelt dat hij in zijn studententijd verslaafd is geweest aan cake met sesamzaadjes: grote stukken cake met van die knapperige zaadjes er in. Ik vertel over Herr und Frau Tietmeijer en hun Konditorei aan de voet van de burcht in Bad Bentheim, onze favoriete stopplaats net over de grens.

Langzaam lost het samenzijn op en nemen anderen het gesprek over. Ik maak mijn rondje en als ik vijf minuten later terug ben in de keuken zijn Richard en David al weer weg. Er staat er nog een stukje Kuche op tafel.

Een week later stuurt Richard zijn Kucherecept door.

NB: de namen zijn fictief.

Recept

Ingrediënten

300 gr bloem - ik neem de helft ervan als boekweitbloem

300 gr. fijn geraspte noten (hazelnoten) of amandelen - ik neem normaal altijd amandelbloem, maar je wou misschien experimenteren met verschillende smaken, ook geraspte walnoten met amandelbloem of fijn geraspte amandelen is fijn

300 gr boter - of iets minder, in kleine stukken, maar koud

220 gr poedersuiker - ik neem iets minder

1 ei + 1 eidooier

kruidnagelpoeder - voorzichtig

kaneel - ik neem er altijd meer van

schil en sap van een onbehandelde citroen - of limoen is ook fijn

1 witte oblate (een heel dunne en droge wafel) om op de deeg te plaatsen om de jam op te doen, het gaat ook zonder

1 losgeklopt ei om de taart te coaten

  1. 40 gr fijngesneden amandelschijfjes

poedersuiker vermengd met vanillesuiker om de taart aan het eind te bestrooien

aalbessenjam (rode bessen) niet te fijn, geen gelei

Bereiding

Rasp de schil van de citroen , pers de sap

In een grotere schaal de bloem en geraspte amandelen of noten goed mengen. Boter met de gemengd bloem kruimelen, maar niet te lang, het moet kruimelig blijven.

Alle andere ingrediënten snel toevoegen en vermengen. Maak er een bol van en laat een half uur in de koelkast met folie bedekt staan.

Tweederde van de deeg in een ronde bakvorm doen, oblate erop (of zonder) een vingerdikke rand overlaten en de jam erop.

Op de vingerdikke rand met een deel van de laatste 1/3 deeg een dikke streep plaatsen en met de rest (ja dan kan het soms te weinig deeg zijn...) worsten draaien en op de jamlaag plaatsen. Niet rechthoekig maar als trapeze (heel belangrijk!). Daarna met het losgeklopte ei coaten, amandelschijfjes erop, (ik druppel dan nog een beetje amandellikeur Di Saronno erop) en ca 40 minuten op middelmatige hitte bakken. Niet te heet en niet te droog laten bakken. Als de korst licht bruin is, is het genoeg.

Laten afkoelen, uit de vorm nemen en met een beetje poedersuiker bestrooien, met folie afdekken. Tenminste een dag wachten met aansnijden! De Kuche wordt met de dagen steeds beter.

Bezield land

Aan de Linge in de Betuwe, in de Kortenhoefse Plassen en op het platste Friese land in Baard werken en wonen vrienden op het land. Bevlogen, ondernemend, zoekend, ploeterend, genietend boetseren ze land. Alle momenten zijn ze bezig met het combineren van land, huis, mensen, beesten en bloemen. Elke vierkante decimeter van hun land hebben ze al honderd keer van zeer dichtbij bekeken, aangeraakt, geroken en over nagedacht: Wat gebeurt hier? Wat gaan we er mee doen?

Aan een grote lus van de Linge hebben Martin en Willemijn hun handen vol aan hun geërfde huis en een groot stuk grond: hooiland aan de rivier, een kersenboomgaard achter het huis en een grote tuin vòòr aan de weg. ‘Gemengd bedrijf’, schiet me te binnen vanuit de schoolbanken. Het heeft alles van een voormalige boerderij met schuren en bijschuurtjes, werkplaatsen, werktuigen, koelhuizen, een tractor zonder kap. In later tijden zijn daar de ateliers bijgekomen. Altijd is er werk te doen. Zit je stil dan storten gebouwen in, overwoekeren sloten en paden, barst het kozijnhout en vallen het fruit en de noten ten prooi aan dierenverzamelaars. Er is ook tijd en ruimte om samen te zijn, samen met vrienden koffiedrinken, eettafels vol zetten, feest te vieren en uit te varen. Stadse lui met groene vingers en liefde voor de cirkels van het land. Wij snoeien, rapen, plukken, kamperen en zwemmen hier van harte.

Aan een lange smalle strook land in de Kortenhoefse Plassen (twee honderd meter van de dijk, bruggetje over, vlonder af) ligt de woonboot van Marieke en Jan-Jaap midden in het zompige turfse natte land. Sloot na sloot, oplegakkers die eindigen in de plas, bootjes en supplanken die je ergens brengen. Open langgerekte oplegakkers wijzen naar de horizon, schapenpaadjes wijzen de weg. Hoge bomen gegroepeerd op droge stukjes markeren de toegang tot het bos. Zij zijn sinds kort begonnen met het leven op land en water. Dat begon met namen geven: het Heilig Land, het Land van de Drie Eiken, de Lange Akker en de eerste en tweede Schapenwei. Dat begon met houtgestookte ovens te bouwen voor kleibeelden. Dat begon met wilde schapen. Dat begon met het aanleggen van een moestuin. Dat begon met de vraag: Wat willen we met deze schone weerbarstigheid? Hoe scheppen we voor onszelf en anderen de ruimte voor retraite, dans, natuur, samenwerken. De vraag die ze ons stelden: Welk verlangen wordt bij jou opgeroepen als je hier bent? Wij steken hier elzen, graven geulen, koken soep, sjouwen en peddelen hier van harte.

Aan de landweg, net na het gemeentegrensbord van Baard, bouwen Anke en Oep aan de omuitaanbouw van de schuur naar een woonhuis. De stoffeerderij moest inboeten om te kunnen gaan wonen met uitzicht op een groene woestijn met sloten doorsneden. Eindeloos groen land met een lege horizon. Met daarachter de zekerheid van weer dorpjes met kerktorens, ophaalbruggetjes over vaarten, grote boerenhoeven en rijen knechthuisjes. Gewapend met vier rechtse handen bouwen zij naar eigen-ontwerp-zonder-bouwtekeningen een nieuwe aanbouw met gerecycleerde materialen. Fundering storten op zandgrond, houten opbouw, platendak, de muurvlakken worden opgevuld met leemblokken, een berghutkachel, dat werk. Leven is hier werken is bouwen is nadenken over de volgende klus van morgen. Leven is hier aan de lange tafel ’s avonds tijdens de maaltijd de duizend duizelingwekkende details herhalen, zwaar en inspirerend. Zij branden naar Japanse aard de planken voor de buitenmuur. Dankbaar laten zij zich voortduwen door helpende handen. Wij kruien hier blauwe klei, stoken vuur en lijnen van harte uit.

Het land geeft zich niet zomaar gewonnen. Het land geeft veel na overwonnen te zijn. Het land wikt en weegt: Laat ik toe? Het land herkent de ziel en doet mee.

Amsterdam, 27 december 2020

En dan opeens is de dood daar.

Geweerd, bestreden, gevreesd, verwacht.

Dan toch nog onverwacht.

In al die suizelende momenten die dan gebeuren verlies je grond, zweef je vogelvrij als aangeschoten wild.

De ernst en de onherroepelijkheid is te groot. De verslagenheid niet te beschrijven. 

De intieme sfeer van een zieke dochter waar dicht omheen werd geleefd, wordt wreed verstoord

door ‘vreemden’. 

Er moet gehandeld worden, door wie, door wat, hoe?

Door uitvaartonderneming  Uitvaren en voor mij de eerste ontmoeting met Karel Winterink. Rustig en op de achtergrond neemt hij de teugels in handen.

Hij heeft met degene die overleden is al eerder gesproken. Hij kent de wensen, hij luistert, bemoedigt, vraagt zo nu en dan Gaat het?  Of wil jullie dit echt zo? Is dit goed? Hij heeft nergens haast.

Een mateloos gevoel van onmacht belet het denken.

Verschillende wensen die gesmeed moeten worden gaan over de tafel.

Hij verbindt, wij verbinden. Gaandeweg gaan we alle handelingen door en ontstaat  dat wat er moet gaan gebeuren.

Bij de crematie is hij een onnadrukkelijke aanwezige met een goed leidersvermogen.

Deze Karel heeft een rustgevende kracht. Hij schuwt de humor niet. Zijn aanwezigheid verzacht, hij is gesneden voor dit belangrijke vak.

Twee jaar later zoek ik Karel wederom.

Voor mij is het duidelijk:  ‘Het Uitvaren’ is met Karel aan het roer.

In juli 2020 hebben wij mijn man/vader/broer uitgevaren. Het was een prachtige dag.

Karel is een uitstekende uitvaartbegeleider voor situaties waarin je niet alles tot in de puntjes vast wil leggen. Maar waar  ook ruimte is voor gelukkig toeval.

Mede hierdoor was de  uitvaart nog mooier, ontspannener en prettiger dan we van tevoren hadden kunnen bedenken. 

Karel denkt mee, hij is flexibel en creatief én hij zorgt er voor dat uiteindelijk alles  meer dan goed komt.

Het was een prachtig afscheid.

Helma Pantus

Onze vader werd gediagnosticeerd met een fatale ziekte. Tijdens alle ziekenhuisbezoeken gingen mijn gedachten ook wel eens uit naar de crematie en alles wat daar bij zou komen kijken. Het was voor ons kinderen de eerste keer dat we ons hier mee bezig moesten houden. En we hadden geen idee wat er allemaal bij kwam kijken. Karel Winterink is een klant van mij. Ik regel zijn it-zaken. Zodoende wist ik van zijn beroep. Ik vond hem een sympathieke vent en had zijn website ook al eens bekeken. We besloten met hem in zee te gaan. 

Vanaf het begin was het meteen goed. Enkele maanden voor het overlijden hadden we het eerste contact. In een gesprek gaf ik aan waar wij aan dachten, wat het budget ongeveer zou zijn en praatten we over wat voor man mijn vader was. Ik kreeg al vlot een offerte, zodat er meteen inzicht was in wat het één en ander zou kosten. 

Toen het overlijden van mijn vader naderde is Karel langs gekomen en hebben we, samen met mijn zus en een goede vriendin, een gesprek gehad. Was allemaal heel ontspannen. Geen formeel gedoe, waar wij niet zo’n behoefte aan hebben. Maar wel duidelijk en ook overzichtelijk. We hakten wat knopen door en zodra mijn vader zou overlijden zouden we Karel bellen. 

Toen dat gebeurde kwamen de radartjes in werking. Karel begeleidde ons bij iedere stap. Je moet nog steeds zelf veel doen, maar het was steeds duidelijk wát we moesten doen. Waar keuzes gemaakt moesten worden, kregen we de opties helder voorgeschoteld. En steeds met onze wensen en met die van mijn vader in gedachten. 

Tijdens de uitvaartplechtigheid nam Karel de begeleiding op zich. Wij, als familie, konden ons richten op onze eigen emoties en onze eigen toespraak. Karel regelde de rest. Dat ging op een buitengewoon prettige en ontspannen manier. Wij hebben na de plechtigheid alleen maar complimenten gehad over wat een mooie plechtigheid het was. 

En zo hebben wij het als kinderen ook ervaren. Je voelt je echt op je gemak bij Karel en hij heeft een hele fijne, persoonlijke benadering, waarbij je je gehoord voelt. Wij kunnen Karel van harte aanbevelen. En zelf zullen we hem ook zeker weer inzetten bij een volgende gelegenheid. Hoewel we natuurlijk hopen dat dit nog zo lang mogelijk zal duren…

Michiel Hesseling

Op zondag negen februari 2020 overleed mijn man en onze vader en op maandag moesten wij alles regelen voor de uitvaart. Best even paniek als je dat voor de eerste keer in je leven moet doen. Een paar zaken wisten we maar ook heel veel zaken niet. 

Van een vriendin had ik het afgelopen jaar de naam van Karel doorgekregen. Mijn zus en ik besloten om een grote uitvaartpartij en Uitvaren te benaderen. Als eerste belden we Karel en aandachtig luisterden wij naar zijn stem en zijn verhaal! Het duurde één seconde en wij knikten allemaal instemmend naar elkaar. Met Karel gingen wij deze klus klaren.  Diezelfde dag kwam hij langs en werden de grote lijnen helder uitgezet. Op dag twee dachten we dat we Karel al jaren kenden en op dag drie dachten we: dit wordt de mooiste uitvaart die mijn vader zich maar kan wensen. 

Karel heeft een prachtige combinatie aan vaardigheden en talenten die maken dat hij eerst goed aftast bij wie hij aan tafel zit, goed luistert naar wat de wensen zijn, adviseert als de wensen onduidelijk of verdeeld zijn, ruimte aan iedereen geeft, heel subtiel de planning bewaakt en de regie neemt als dat nodig is.  

Zijn aandacht en geruststelling voor jou als persoon is echt bijzonder. Wij als drie sterke powervrouwen zorgden regelmatig voor een waar kippenhok. Karel weet daar op een gepaste en natuurlijke wijze leiding aan te geven. Zijn humor is goud waard en nog regelmatig denken wij, we moeten weer eens koffie met Karel drinken. Wij hadden vanaf dag één enorm veel vertrouwen in Karel en mede dankzij hem heeft mijn vader een mooi, passend en waardig afscheid gehad. Dank je wel Karel!

Baukje, Angèle en Juliet ten Bokum