Wat als

‘Wat als’, vroeg ik Karel namens mijn broers en zussen die middag door de telefoon. ‘Wat als onze vader over een week sterft, wat doen we dan met de naturapolis van die grote uitvaartondernemer?’ ‘Want,’ zei ik, ‘het laatste dat wij willen is een zwarte kraai gehuld in formaliteit met een dodenmasker op die onze vader binnen een uur gewassen en geschoren in een kist naar een kil mortuarium transporteert.’

‘Maak je geen zorgen,’ antwoordde Karel, ‘jullie hoeven niets te doen, ‘t komt allemaal goed. Je zult natuurlijk wel iets op je polis moeten inleveren, maar je bent tot niets verplicht. Niets moet, alles kan, alles mag. De tijd is aan jullie.’

Een half uur later app ik hem dat de situatie met onze vader snel verslechtert. Een uur later overlijdt hij. Ik bel Karel opnieuw en vraag hem wat we nu moeten doen. Hij condoleert ons, vraagt hoe het gegaan is en of wij het redden met zijn allen. Hij stelt ons gerust en zegt dat wij, zolang als wij dat zelf willen, bij onze vader mogen blijven en informeert pas dan hoe laat het ONS schikt dat hij langskomt.

Drie uur later gaat de bel en loopt Karel de kamer binnen. De schouwarts is inmiddels geweest, we hebben onze vader gewassen en aangekleed. Drie schoonzussen begeleiden ondertussen onze demente moeder en wij, vijf kinderen – een zesde moet nog uit het buitenland komen - staan in alle rust rond zijn bed. We zijn klaar voor het gesprek over wat er allemaal moet gebeuren. Het is 22 uur. Een uur later is het belangrijkste geregeld. ‘De rest komt morgen,’ zegt Karel. ‘Probeer nu te slapen, maak je geen zorgen.’

Ooit schreef onze vader: ‘Ikken kunnen niet functioneren zonder andere jijen’.
Toen wij rond zijn sterfbed stonden en hem met zachte handen en tranen van ontroering naar zijn einde begeleidden, toen pas drong de ware betekenis van deze tekst tot ons door: onze vader was de IK en wij - zijn kinderen - waren de JIJEN.
Maar ook wij konden niet functioneren zonder andere JIJEN!

Karel die ons na de dood van onze vader zo liefdevol begeleidde, voegde zich vanaf het begin naadloos onder de schare kinderen. Samen werden we een team dat de uitvaart tot in de finesses kon regelen. Hij hielp ons er moeiteloos doorheen. Elk detail, door ons soms als hoofdzaak gezien, werd in alle rust aangehoord en op de juiste plek gezet.

De uitvaart was in een woord ‘bijzonder’. Op onze eigen familie-wijze en volgens decennialange tradities brachten we met beeld en geluid een ‘ode’ aan onze overleden vader, in alle opzichten een erkenning aan wie hij was. Alles kon, alles mocht en achter de schermen had Karel alle praktische dingen geregeld.
Na afloop zagen we hem met ogen glimmend van ontroering en een lichte twinkeling van trots. Het leek alsof hij dacht: ‘Dit was weer zo mooi en het enige wat ik deed was ‘aanwezig zijn’ … ‘als een zucht, als de wind.’
Dank Karel voor je inpassing, je aanpassing, je empathie en betrokkenheid en voor wat je ons – ook onzichtbaar- uit handen nam.

Een groot compliment ook voor je collega die ervoor zorgde dat onze vader er na zijn overlijden zo mooi ‘bij’ lag. Het proces van overgang van leven naar dood laat zijn sporen na in het gezicht, waardoor je geliefde in zekere zin onherkenbaar wordt. Je collega maakte onze vader weer tot wie hij was. Mede daardoor konden we hem tot aan de dag van de uitvaart thuis opbaren.
Zes dagen lag hij daar mooi, rustig en tevreden. Om beurten waakten we bij hem.
De cirkel was rond. Het was goed zo.
Karel en collega: HEEL VEEL DANK!!

Familie de Lang, Weesp. Augustus 2018.